Simone van Saarloos, Sinan Çankaya en Ewald EngelenNieuwe generatie, nieuwe ideeën (2016)

Staged invisibility, verwarring en microrevoluties

Nieuwe ideeën van een nieuwe generatie. Rode draad van Ruimtekoers dag drie: wat kunnen wij als individuen zélf bijdragen? Hoe zetten we onze utopische dromen om in acties die daadwerkelijk impact hebben op onze manier van samenleven? Want individuele keuzes, hoe klein ook, kunnen een grote impact hebben. Ewald Engelen, Simone van Saarloos en Sinan Çankaya deelden meningen, visies en gedachtenflarden over de toekomst van de stad en nieuwe vormen van samenleven. Volgens Ewald Engelen moeten we door het neoliberale gedachtengoed breken en af van wat hij staged invisibility noemt. Simone van Saarloos verlangt een verlangen voor een andere sociale structuur en vindt verwarring een prima staat van zijn. Sinan Çankaya hoopt op microrevoluties: geweldloze interventies van sociale regels en verzet door zo nodig ongezellig te doen.

Ewald Engelen over staged invisibility en politiek met een kleine p

Volgens Ewald Engelen moeten we ons beseffen dat alles wat we doen politiek is en consequenties heeft voor anonieme anderen. Engelen verwijst naar The Condition of the Working Class in England, de studie van de Duitse filosoof Friedrich Engels naar de arbeidersklasse ten tijde van Manchester 1844. De fabrieksarbeiders leefden in erbarmelijke omstandigheden – open riolen, veel ziektes. Dat bleef onzichtbaar voor de textielfabrikanten. Die reden in koetsen door straten waar de winkels het zicht onttrokken aan de kommervolle omstandigheden van hun werkers. Staged invisibility noemt Engelen dat. En dat is vandaag de dag nog steeds de modus operandus.

Neem het Apple-fetisjisme. Engelen: ‘Geborsteld aluminium! Wauw! Zo gebruikersvriendelijk, geen dikke handleidingen meer nodig. Wauw!’ Maar het productienetwerk is altijd op zoek naar de laagste kosten en is verspreid over de hele wereld. De arbeidsomstandigheden in de fabrieken van Apple in China zijn zo bar en boos dat er netten hangen om zelfmoorden van de arbeiders de voorkomen. ‘En ze betalen ook nog eens geen belasting. Unilever, Shell, Volkswagen, allemaal hetzelfde. Wij zien alleen het aura van de showroom.’

Grote steden doen het niet anders: ‘Stadsbesturen kloppen zich op de borst. De creative industry, de horeca, de hipsters. Wat doen we het toch goed, wat zijn we succesvol. Maar ondertussen wel parasiteren op het hinterland,’ zegt Engelen. ‘Amsterdam braakt via Schiphol toeristen uit en die CO2-emissies zijn niet belast want kerosine is buiten dat hele verhaal gehouden. Buitenlandse bedrijven vestigen zich in Nederland omdat wij voor hen een belastingparadijs zijn.’ En dat terwijl we het achterland hard nodig hebben en zouden moeten koesteren. Kijk naar Groningen. Daar ga je heen om te studeren om vervolgens naar Amsterdam te vertrekken voor een baan. Want die baan vind je niet in Groningen. Het hele gebied loopt daar leeg.

Wat moeten we doen?

Engelen: ‘Door het neoliberale betoog heen breken! Producten doorlichten, keuringsdienst van waarde-achtige exercities uitvoeren. Laten we teruggaan van groot- naar kleinschalig, stop fusies van bedrijven. Breng het productieproces weer dichterbij de mensen.’ Staged invisibility dus. We zijn afhankelijk van duizenden anonieme anderen van over de hele wereld. Daar moeten we ons veel en veel bewuster van zijn, vindt Engelen. Hij pleit voor politiek met een kleine p, het kleiner maken van onze ecologische voetafdruk. Dan volgt de politiek met de grote P vanzelf want die is volgens hem volgend en niet leidend.

Dus: geen textieltjes meer van de H&M, een zinvolle baan en zelfontplooiing boven marktwaarde. O, en stoppen met vlees eten. Want dat is het effectiefst, met het oog op die ecologische afdruk.

Verwarring is een prima staat van zijn volgens Simone van Saarloos

Simone van Saarloos neemt ons middels een literair betoog mee in haar gedachtewereld. Ze deelt hersenspinsels waarin ze een wereld schept waarin hokjes gedeconstrueerd worden en alles wat afwijkt van de norm of het gemiddelde heel normaal is. Van Saarloos: ‘Een uitzonderingssituatie is van een afstand heel makkelijk te herkennen. Maar van dichtbij is het gewoon het leven.’

Er zijn volgens Van Saarloos nog te veel pogingen om van bovenaf een nieuwe wereld te scheppen. Het geloof in het individu zou wat weerbarstig zijn. ‘Ik verlang een verlangen voor een andere sociale structuur’, mijmert ze. Maar dat verlangen moet dan wel vanuit de samenleving komen en het vormgeven van die structuur ook. Waarom geen gaten in het straatbeeld, gevuld met kussens, waar je af en toe even in kunt storten? En laten we in elke stad yoga-achtige therapiezones inrichten om xenofobie tegen te gaan. Laten we ook de hokjes van man, vrouw, single, hetero, homo enzovoort omverwerpen en wat vaker van partner wisselen.

En elke stad zou een spreekuur voor verwarde mensen moeten hebben. We zijn immers allemaal een beetje patiënt. Want wie bepaalt nu wat normaal en abnormaal is? Daar wordt volgens van Saarloos te weinig over gefilosofeerd. Op die spreekuren moeten vooral goede vragen worden gesteld door de dienstdoende therapeuten. Therapeuten die onder andere bestaan uit kunstenaars en filosofen. ‘Verwarring is een prima staat van zijn,’ zegt Van Saarloos. ‘Het is niet iets dat opgelost moet worden. Het is gewoon tof.’

Sinan Çankaya over microrevoluties: ‘Kom in verzet door zo nodig ongezellig te doen’

Sinan Çankaya kreeg laatst te horen: ’Als het je niet bevalt dan ga je maar terug naar waar je vandaan komt.’ Het gesprek ging wonderbaarlijk genoeg over de hypotheekrenteaftrek. En terug naar waar moest hij dan? Naar Nijmegen, waar hij geboren is? Zijn betoog gaat vooral over de onzichtbare wij-zij verhoudingen in onze samenleving. Een samenleving die zich regelmatig gedraagt als een boulimia patiënt: migranten horen er soms helemaal bij, maar vaker worden ze uitgekotst.

Çankaya vraagt zich af of de stad wel voor iedereen is. Heeft elke burger wel toegang tot de publieke ruimte? En zo niet, hoe wordt dat dan bepaald? ‘Wij leven in een culture of control’ stelt Çankaya, ‘we willen alle risico’s uitsluiten. Ook waar de logica ontbreekt.’ Een winkelcentrum zoals Hemelrijk is publieke ruimte. Toch zijn er groeperingen die in winkelcentra uitgesloten worden. Daklozen en hangjongeren bijvoorbeeld, want die dragen niet bij aan het maken van winst en omzet. Nederland is voornamelijk een plek voor de middenklasse. Die klasse is leidend in het bepalen van de leefbaarheid. Gentrificatie is volgens Çankaya niets anders dan bepaalde gebieden vrij maken van mogelijk risicovolle groepen. En dus laat je die groepen weten dat ze niet overal thuishoren.

Dat uit zich ook in woonvormen voor de – voornamelijk witte – middenklasse: appartementencomplexen met gezamenlijke binnentuinen en ‘publieke ruimten’ om elkaar te ontmoeten. Daaromheen staat dan wel een hoog hek. Als je tot een andere groep behoort, kom je er niet in. Mag je niet meedoen. Het zijn gated communities, elitegemeenschappen, veilig afgeschermd van de boze buitenwereld. Om de gemoedsrust en veiligheid van de midden- en hoge klassen te waarborgen, worden marginale groeperingen onderdrukt. Çankaya vraagt zich af waarom we veiligheid niet kunnen benaderen als iets productiefs, in plaats van onderdrukkend.

Hoe kunnen we die segregatie dan aanpakken? ‘We moeten nieuwe dromen ontwikkelen vanuit engagement en begrip’, zegt Çankaya. ‘Iedereen moet daar een plek krijgen. Er moet ruimte komen voor autonomie en onafhankelijkheid.’ En daar kunnen we allemaal wat aan doen. Hoe? Door het starten van microrevoluties. Wat? ‘Geweldloze overtredingen van sociale regels en bescheiden interventies. Keer vanzelfsprekendheden binnenstebuiten. Verzet je, door zo nodig ongezellig te doen,’ aldus Çankaya.