Sjors de Vries, Eric Freijters, Joop de Boer en Donica BuismanHet Ruimtedebat (2016)

Utopieën van Arnhem

We begonnen Ruimtekoers met dromen over utopieën. Het schetsen van vergezichten waar we misschien nooit aankomen maar die we wel kunnen gebruiken om onze koers te bepalen. Op dag twee van Ruimtekoers, tijdens het Ruimtedebat – een samenwerking met de gemeente Arnhem – keken we hoe dit er in een stad als Arnhem uit kan komen te zien. Wat is de rol van de overheid bij stadsontwikkelingen en de verschuivende verhouding tussen burger en overheid?

Het debat werd geleid door Sjors de Vries, oprichter van RUIMTEVOLK – een kennisorganisatie voor stedelijke en regionale ontwikkelingen die steden, dorpen en regio’s ondersteunt bij complexe ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Te gast waren Eric Frijters, Joop de Boer, Donica Buisman en de Arnhemse wethouder van Economische Zaken Ron König. Na het debat reflecteerden we nog even met Toon Verschuren, Bestuursadviseur Economie en coördinator Transformatie bij de gemeente Arnhem, over hoe Arnhem omgaat met deze nieuwe ontwikkelingen.

Arnhem heeft veel potentie, maar het masterplan mist

Volgens wethouder König is de stad nooit af: ‘Er is altijd werk te doen, er zijn altijd rafelrandjes.’ En dat is ok. Er hoeven geen grote eindbeelden te zijn. Wel een goed verhaal van waar het naar toe moet met Arnhem. Want dat is ook voor de regio – de omliggende dorpen die veel van de stad gebruik maken – heel belangrijk. Voor nu ligt de focus op het levendiger maken van de binnenstad, want die staat halfleeg. ‘Er is behoefte aan meer reuring. Onze goede culturele voorzieningen moeten we koesteren.’

Net zoals Bas Heijne en Rutger Bregman ziet ook Eric Frijters het idee van de utopie als een richting: ‘Het is het coördinaat waarop je oriënteert.’ Eric Frijters is oprichter en directeur van FABRIC en Lector Future Urban Regions (FUR) bij de Nederlandse Academies van Bouwkunst. Arnhem heeft volgens Frijters veel potentie, maar het masterplan mist. Wat hem ook opvalt, is dat Arnhem kampioen prijzen winnen is. Een kleine greep: Beste Binnenstad (2007), Beste Evenementenstad (2009), Groenste Stad van Europa (2009) en Mooiste Stadpark (Park Sonsbeek) van Nederland (2012).

‘Maar’, zegt Frijters, ‘het gaat dan altijd om plékken. Niet om de beweging in de stad. Er wordt dan dus niet naar gebruik gekeken.’ We zouden meer naar de prestatie van de stad moeten kijken. Frijters: ‘Omdat Arnhem een middelgrote stad is, kun je veel uitproberen, meer dan bijvoorbeeld in Amsterdam. Arnhem heeft goede kaarten, maar moet ze wel juist inzetten.’

Using is the new having

Joop de Boer houdt wereldwijd nieuwe trends en concepten bij op het gebied van stedelijke ontwikkeling en publiceert daarover op popupcity.net. Hij licht er een aantal uit. Brand urbanism bijvoorbeeld, is een trend waarbij merken zich bemoeien met de publieke ruimte in steden. Barclays Bank in Londen deed dat door een deelfietsenplan te ontwikkelen. Ze leverden de fietsen, dachten mee over de infrastructuur en legden speciale fietspaden aan.

Akzo Nobel, waarvan het hoofdkwartier trouwens gevestigd is in Arnhem, heeft de Waalse stad Charleroi letterlijk kleur gegeven met het project Coeurs Carolo, omdat de stad was uitgeroepen tot lelijkste stad ter wereld. Het project was een groot succes. Vooral omdat de bewoners zich weer trots voelden. Zij namen zelf de kwast ter hand om gebouwen en gevels van kleur te voorzien. Ook op het gebied van wonen zijn er opmerkelijke ontwikkelingen gaande: using is the new having en mobiel en flexibel is waar het om draait. In overvolle steden zoals London en Los Angeles wint de microwoning terrein. Bij The Collective in London bijvoorbeeld, huur je een kamer van zo’n tien vierkante meter. Die is niet heel goedkoop, maar je kunt wel gebruik maken van de community-ruimtes om te eten, te werken en te hangen. Bij Podshare in Los Angeles en San Francisco kom je voor duizend dollar per maand op een dorm terecht. Dan heb je een bed waar je overdag een werkplek van kunt maken. Veel mensen uit de start-up industrie.

Meer functies en een flexibelere binnenstad

De binnenstad van Arnhem staat halfleeg en de woningnood is hoog. Welke alternatieven zijn er om het centrum van Arnhem levendig en aantrekkelijk te maken? En heeft de gemeente al ideeën over nieuwe vormen van wonen? Zoals wethouder König al zei, kan de Arnhemse binnenstad wel wat meer reuring gebruiken. Daar wordt al hard aan gewerkt volgens beleidsadviseur Toon Verschuren. Was de functie van de binnenstad in het verleden vooral gericht op winkelen, nu komen daar andere functies en vormen van gebruik bij. Wonen wordt daar aan toegevoegd.

Verschuren: ‘Maar we kijken vooral ook naar mengvormen. Wonen en werken bijvoorbeeld en werken en horeca. Om deze vormen ruim baan te geven, bouwen we in het bestemmingsplan meer flexibiliteit in.’ Een aantal beleidslijnen zijn al uitgezet: ‘Het winkelgebied in de binnenstad wordt compacter. We zullen afscheid nemen van aanloopstraten. Die krijgen een mix van functies zodat we niet alleen maar afhankelijk zijn van winkels. We trekken het breder. In combinatie met vernieuwende horeca en het versterken van de culturele voorzieningen wordt er meer ruimte gegeven aan wonen, werken en leven in de binnenstad. ‘

Van draagvlak naar draagkracht

Bij het maken van een stad moet je volgens Donica Buisman altijd van onderop beginnen. Met State of Flux transformeerde zij het Buikslotermeerplein in Amsterdam Noord van een saai plein waar niets gebeurd naar een levendige plek waar veel activiteiten door buurtbewoners worden georganiseerd. Door samen met alle belanghebbende partijen om de tafel te gaan – buurtbewoners, ondernemers, winkeliers – en samen de plannen uit te voeren, creëer je volgens Buisman draagkrácht in plaats van draagvlák. Door samen de boel op te knappen en activiteiten te organiseren en te programmeren, is de belanghebbende zelf drager van het succes. Zo krijgt iedereen zijn plek en rol en ontstaan er als vanzelf verbinding tussen groepen en individuen die normaalgesproken misschien niet zo snel met elkaar in contact komen.

Vanuit het publiek ter plaatse en vanuit de gemeente is de reactie hierop ferm: ‘Maar dit doen we in Arnhem al!’ Verschuren ligt dit achteraf nog even toe: ‘Het betrekken van verschillende partijen bij het vormen van nieuwe plannen doen wij ook. Maar Arnhem is niet goed in het naar buiten brengen van het verhaal. Er zijn heel veel positieve ontwikkelingen en zeker op de lange termijn is het belangrijk dat we dat verhaal naar buiten gaan brengen.’ En daarom is een evenement zoals Ruimtekoers heel belangrijk, vindt hij: ‘Ruimtekoers heeft veel extra waarde voor de stad. Het geeft de mogelijkheid om met een breed publiek vanuit verschillende invalshoeken naar de stad te kijken. Filosoferend en vrij.’