Rutger Bregman & Bas HeijneDurf te dromen! (2016)

Voor altijd onderweg naar Utopia

Dromen over utopieën. Dat is wat we deden op de eerste uitverkochte avond Ruimtekoers in het hart van winkelpassage Hemelrijk. De winkelpassage, normaalgesproken het ietwat dorre niemandsland tussen de Weverstraat en de Bakkerstraat, is getransformeerd tot een groene, levendige oase waar schrijver Bas Heijne en historicus Rutger Bregman ieder op eigen wijze een pleidooi hielden voor nieuwe utopische vergezichten. Schrijfster Lisa Weeda zorgde voor de literaire omlijsting.

Heijne begint zijn betoog met een verwijzing naar het boek Utopia, 500 jaar geleden geschreven door Thomas More. In More’s paradijs was het met de individuele vrijheid -hoewel scheiden en euthanasie waren toegestaan – slecht gesteld. Vrijheid stond gelijk aan chaos en chaos moest de kop worden ingedrukt. Het schetsen van blauwdrukken voor een ideale samenleving kan voor het individu behoorlijk akelig uitpakken. Goed voorbeeld: het kalifaat van IS.

Klimaatverandering? Het sneeuwt toch buiten?

Geert Wilders heeft volgens Heijne ook een idee van hoe het moet, die ideale samenleving. Een vrij simpel idee, dat wel. Daar heeft de leider van de PVV maar één A4tje aan verkiezingsprogramma voor nodig. Heijne: ‘En dat is voor heel veel mensen heel aantrekkelijk. Populisten schetsen simpele oplossingen voor complexe problemen.’ Maar is het realistisch om, zoals Donald Trump tijdens een toespraak in New Hampshire, te stellen dat het allemaal wel meevalt met die klimaatverandering want het sneeuwt toch buiten? ‘En zo’, zegt Heijne, ‘krijgen mensen een simpel doch doeltreffend verhaal voorgeschoteld van wat aantrekkelijk is om in te geloven. Losgezongen van de complexiteit van de context.’

De werkelijkheid werkt alleen niet mee. Want die is complex en laat zich niet vangen in een A4tje. En de mens is geneigd om de werkelijkheid de schuld te geven en niet zichzelf. Zo ontstaat er ongeduld en onbehagen. We kunnen onszelf dus niet zomaar blindelings vertrouwen, stelt Heijne – en hij haalt Freud even aan – want we zijn een wandelende bundel van lusten. Fijn en goed willen we ons voelen. Toch is er ook nog een ander principe in ons aanwezig, een sterke vernietigingskracht, volgens Freud de ‘doodsdrift’, die in ons allen huist. ‘Soms wil je als mens gewoon iets stukmaken’ zegt Heijne.

Ziet onze toekomst er dan niet heel somber uit? Nee, hoor. Als wij als burgers, als samenleving ook kritisch naar ons zelf durven kijken, verantwoordelijkheid nemen en weer een verhaal durven maken, dan komt het best goed. We hebben nieuwe mythen nodig. Mythen waar we ons mee kunnen verbinden om zo de verbinding met elkáár tot stand te brengen. 

Vroeger waren we arm, hongerig, bang, vies en lelijk

Volgens Rutger Bregman mogen we wel wat positiever over onszelf denken. We zitten opgescheept met een veel te negatief zelfbeeld. Bregman’s belangrijkste les na vijf jaar lang 200.000 jaar aan wereldgeschiedenis bestuderen: ‘Vroeger was alles slechter. Vroeger waren we arm, hongerig, bang, vies en lelijk.’ En nu gaat alles heel erg goed. Dat negatieve zelfbeeld hebben we volgens hem te danken aan een lange filosofische traditie waarin beschaving maar een laagje vernis zou zijn. Maar diep vanbinnen? Beesten zouden we zijn.

En dan heb je ook nog het nieuws, waar je niet de dagelijkse gang van zaken meekrijgt, maar de veelal negatieve uitzonderingen daarop. Dat doet wat met je mensbeeld. Een mensbeeld dat volgens Bregman niet klopt: ‘Want kijk maar eens, als er ergens een natuurramp is. Dan gaan mensen elkaar helpen. Er ontstaat een explosie van altruïsme.’ Uitgaan van een positiever mensbeeld is zo gek nog niet. Er is wereldwijd een gigantische afname van honger, kindersterfte en oorlogsslachtoffers. En Nederland voert de lijsten aan als het gaat om persoonlijk geluk en welvaart.

Het collectieve chagrijn

Maar er is nog iets bijzonders aan de hand: Nederland doet het ook heel goed op de ranglijst van het collectieve chagrijn. Het idee van ‘met mij gaat het goed, maar met óns (als samenleving) gaat het slecht’, is nergens zo groot als in Nederland. Maar wat is dan toch ons probleem? Bregman: ‘We hebben geen idee hoe het nóg beter kan’. Volgens Bregman hebben we al utopie op utopie gerealiseerd: van de afschaffing van de slavernij tot gelijke rechten voor mannen en vrouwen. Kijken we naar het sprookje van Luilekkerland uit de middeleeuwen – een van de eerste geschetste utopieën – dan lagen mensen daar de hele dag te luieren. De gebraden ganzen vlogen je om de oren, iedereen was gelijk en vrije seks het devies. Eten hebben we nu ook genoeg. Vrije seks is misschien niet de standaard, maar de moraal is los én we hebben onbegrensde toegang tot porno. Hoe nu verder?

The phenomenon of bullshit jobs

De volgende utopie zou volgens Bregman het aanpakken van ‘the phenomon of bullshit jobs’ kunnen zijn. Want werk neemt een gekke plek in de samenleving in. Tot en met de jaren 70 zijn we met zijn allen steeds minder gaan werken. Meer welvaart betekende minder werken. Maar vanaf de jaren 80 zijn we steeds méér gaan werken. Lange tijd kreeg het consumentisme daar de schuld van. Maar klopt dat wel? Nee, het komt door ‘the phenomenon of bullshit jobs.’ De Amerikaanse antropoloog David Graeber heeft dat fenomeen uitgeplozen: er zijn te veel onnodige banen. We schuiven met papieren, e-mails en appjes dat het een lieve lust is. Sectoren zitten vol met overbodige managementlagen waarvan niemand (de managers incluis) precies weet wat ze nou aan het doen zijn. Bregman: ‘Hoeveel journalisten nemen niet saaie maar goed betaalde pr-klussen aan voor grote bedrijven om vervolgens slecht betaalde onderzoeksjournalistiek te doen naar diezelfde bedrijven? Waarom financieren we niet dat wat we echt belangrijk vinden? Het is de wereld op zijn kop.’

Om verbinding te creëren heb je een verhaal nodig

Moeten we blijven dromen over utopieën? Ja. Daar zijn Heijne en Bregman het over eens als zij tegen het einde van de avond samen in gesprek gaan. ‘We moeten er alleen nooit aankomen,’ voegt Bregman toe. ‘Dat verloopt wellicht chaotischer en rommeliger dan uitgaan van een afgebakend idee, een blauwdruk van hoe het moet zijn. Benader utopisch denken als dromen over vergezichten. Een plek aan de horizon waar je altijd naartoe onderweg bent. Dan heb je alle ruimte om onderweg bij te sturen, kennis op te doen en te leren.’ ‘En’, zegt Heijne, ‘laten we stoppen met cijfers belangrijker vinden dan persoonlijkheden. De mens wordt uitgekleed in meetbaarheid. De curve is belangrijker dan het verhaal. Maar om verbinding te creëren heb je een verhaal nodig. Een gemeenschap is niet vorm te geven als het verhaal mist.’

Lisa Weeda vatte de avond treffend samen door een beeld te schetsen van premier Mark Rutte op zijn jongenskamer. Boven zijn bed een poster van acteur en milieuactivist Leonardo di Caprio. Di Caprio stapt uit zijn poster en gaat op het bed van de premier zitten. Samen hebben zij een gesprek over hoe dromen en vergezichten weer vorm kunnen krijgen. Maar goed, daar had je bij moeten zijn.