Marja Remesar’s Indiase Kitchari

Vrijdag 4 september eet je tijdens Ruimtekoers Festival: Indiase keuken met Marja

“Net als een pannetje kippensoep” 

Marja Remesar werd geboren in Suriname en kwam als drie maanden oude baby naar Nederland. Een van de dingen die voor haar gevoel bijna in haar Hindoestaanse DNA geprint staat, is het gerecht Kitchari, je spreekt uit Kietsjérie. Een oud, Indiaas recept dat niet alleen superlekker is, maar ook nog je lichaam helpt om te herstellen. 

“Ik maak heel vaak Kitchari. Het recept is van mijn oma overgegaan op mijn moeder en zo ook weer op mij. Het speciale aan het gerecht is dat we het gebruiken als iemand ziek is. Vergelijk het maar een beetje met het spreekwoordelijke pannetje kippensoep. Het is gebruikelijk dat je het naar iemand toebrengt die ziek is. Misschien denk je nu: ja, leuk. Maar het helpt een zieke écht om aan te sterken. Ik denk door de vele kruiden die het lichaam helpen om te herstellen. Ik spreek uit eigen ervaring. Iemand van mijn familie lag een maand in het ziekenhuis en kon niks eten. Toen hebben we in overleg met het ziekenhuis Kitchari gemaakt en meegenomen naar het ziekenhuis. Elke dag at ze ervan en dat kon ze binnen houden. Zo sterkte ze langzaam weer aan.” 

“Kitchari is een Ayurvedisch gerecht. Het idee is dat je de levenskracht in het voedsel behoudt en dat je bewust met eten bezig bent en het met aandacht opeet. Ik varieer graag met de soort en hoeveelheid kruiden die ik gebruik: kardemom, korianderbolletjes, kaneel. Ik vind het bereiden van de maaltijd heel leuk, maar ook het samen eten. Daarom ben ik in Malburgen gestart met ‘de Eetkamer’. Met een aantal buurtbewoners koken we allemaal samen onze eigen gerechten en dan schuiven we aan om van elkaars kookkunsten te genieten. Nu met corona ligt het even stil, maar als het weer kan, gaan we zeker door!” 

Indiase Kitchari: Voedsel der Goden

Ingrediënten:  

  • 100 gram rode linzen of mungbonen – een paar uur tot een nacht lang geweekt in water 
  • 100 gram basmati rijst 
  • circa 1 eetlepel ghee (geklaarde boter) of kokosolie 
  • 1 theelepel komijnzaadjes 
  • 1 theelepel korianderzaadjes 
  • 1 theelepel kurkuma 
  • 1 theelepel garam masala 
  • 1 theelepel asafoetida (in de vegetarische Indiase keuken wordt er geen gebruik gemaakt van uien en knoflook, dit is te zwaar voor de maag. Asafoetida is een vervanger) 
  • 3 cm gember, fijngesneden 
  • zout en zwarte peper naar smaak 
  • snufje nootmuskaat 
  • snufje chili poeder (optioneel) 
  • snufje kaneel (optioneel) 
  • voeg eventueel gehakte diverse groenten toe (bijvoorbeeld selderij, courgette, broccoli, wortelen, bloemkool, spinazie) 
  • gehakte dadels of rozijnen erbij is ook lekker 

Bereiding:

  •  Verhit de kokosolie of ghee in een pan met dikke bodem en voeg komijn- en korianderzaadjes toe. 
  • Wacht totdat de zaadjes gaan “dansen” in de pan (let op dat ze niet verbranden). 
  • Voeg vervolgens de kurkuma, asafoetida en gember toe. 
  • Fruit dit kort en voeg de groente met een langere kooktijd toe. 
  • Doe de mungbonen of rode linzen en rijst in de pan en voeg water toe tot het circa een centimeter onder water staat. 
  • Voeg de kortkokende groente als spinazie na 15 minuten toe. Na zo’n 20 minuten is de Kitchari gaar (afhankelijk hoe lang de mungbonen geweekt zijn).   
  • Voeg indien nodig water toe en check of bonen en rijst gaar zijn. 
  • De dikte van de Kitchari kun je naar eigen smaak bepalen, maar het hoort enigszins dun en soepachtig te zijn. 
  • Breng op smaak met wat Himalaya zout, zwarte peper, nootmuskaat, chilipoeder en/of kaneel. 

Serveertip:

  • Serveer warm, garneer het eventueel met verse korianderblaadjes of geraspte kokos.