Madelief was een dagje baliemedewerker Ontmoetingen bij de Ruimtekoersbalie

Reporter Madelief werkte tijdens het festival een dagje achter de entreebalie op Ruimtekoers. 

“Is gewoon gratis!” Ik kijk over de rand van de balie naar een enthousiast jongetje van een jaar of acht,  zijn armen vol blikjes cola . Hij is zojuist voor de tweede keer op bezoek geweest bij Ruimtekoers. Eerst met opa en oma en nu nog een keer, want “hier is het vet leuk, papa moet het ook zien”.  De blikjes horen bij een kunstwerk gemaakt door ArtEZ studenten. Ik glimlach en leg uit dat ze weer terug moeten. Hij vind het niet erg, thuis heeft hij ook cola. 

De draaideur blijft in beweging, het is een komen en gaan van honderden bezoekers. Bewapend met een sjaal en dikke trui heet ik de mensen welkom en vraag  de bezoekers die vertrekken of ze het naar hun zin hebben gehad.

“Die Elton kookt goed!”
Ik herken mensen die ik de vorige avond ook binnen zag komen. “Tot morgen!” roept een oud stelletje op leeftijd. Ze wonen in Rijkerswoerd, boven het winkelcentrum en zijn al twee keer blijven eten bij het restaurant. Mevrouw is trots dat ze op haar hoge leeftijd de trap naar de zesde etage nog opkomt. “Maar het is het waard hoor! Het eten is heerlijk. Morgen komen we weer. Die Elton kookt goed.” Ik wil eigenlijk zeggen dat hij Allon heet, maar ze zijn ontwapenend dus ik glimlach en zeg dat dat zeker waar is.

Bijzondere ontmoetingen
En dit is slechts een kleine greep van ontmoetingen. Een vader die terug het gebouw in vlucht, want dochterlief heeft haar knuffel  laten vallen in de ballenbak en die hij tot mijn verbazing nog vind ook. Een echtgenoot op leeftijd die trots laat weten dat zijn lief meedanst  in de dansvoorstelling Nors en Sous. Een jong studentenstel die samen om zes uur binnenkomen om slechts “goedkoop een hapje te komen eten”, en die ik vervolgens om elf uur nog op de dansvloer zie staan bij FataBoom.

Bezoekers, artiesten, vrijwilligers, programmamakers, ze komen allemaal door dezelfde deur. De een geeft slechts een vriendelijke knik bij de entree, en de ander vertelt een levensverhaal.  Al die veelkleurigheid, al die verhalen…. Het is echt waar: wij zijn de stad.